Column Luc
Column Luc Foto: Wil Feijen

Column Luc: Ik hou van carnaval!

Algemeen Column

Ik hou van carnaval. Ik had nooit gedacht dat ik deze woorden ooit zou zeggen, of schrijven. En het nog zou menen ook. Een liefhebber ben ik namelijk niet. Niet van drukke menigtes, waar je voortdurend bezig bent je biertje te beschermen, tegelijkertijd afvragend waarom? Het is immers meer water en schuim dan wat anders. Ik ben ook geen liefhebber van carnavalsmuziek, van hossen of van doorzakken. Ik ben evenmin liefhebber van overmatig alcoholgebruik, dat leidt tot een bacchanaal waar de Romeinen jaloers op zouden zijn. En toch, toch hou ik van carnaval.

Ooit, in een ver, ver verleden, toen ik nog jong was, ging ik carnavallen. De optocht, die vond ik leuk, de meest fantastische kostuums zag ik aan me voorbijtrekken, gecombineerd met prachtig versierde wagens, vol met verwijzingen naar (lokale) politiek en andere, humoristische zaken. Het was wel blauwbekken vaak, wat erger voelde als de gaten die er onvermijdelijk vielen in de optocht alsmaar groter werden. Was het mijn verbeelding, of trok de wind extra op tijdens dit soort momenten, en werd ze nog wat killer? Om me heen zag ik de meest prachtige uitdossingen. Sommigen sleepten de meest bizarre voorwerpen mee, waar ze een mooi verhaal omheen vertelden. Wat het verhaal was, en of ze iedere keer hetzelfde verhaal vertelden, ik zou het niet meer weten. Mooi vond ik het wel, maar niet zo mooi dat ik een liefhebber werd.

Laat mij maar gewoon werken, dacht ik ook dit jaar. Een paar collega’s hadden speciaal vrijgenomen, dus die zouden er niet zijn, anderen waren op wintersport. Dat het op de weg zó rustig zou zijn, had ik niet verwacht. Het leek meer op een zondagochtend, voor tienen. Zeker op dinsdag viel het verschil op, normaal gesproken kun je over de autodaken lopen, al zou ik het niet aanraden. Nu zou het absoluut niet kunnen. Hoe groot het verschil was, merkte ik op donderdag. Toen was het weer ouderwets aanschuiven!

Daarom hou ik van het fenomeen carnaval. Nee, ik ga me nog steeds niet mengen in de hossende menigten. Nee, ik hou het bij één, hooguit twee biertjes (liefst speciaal), alleen in het weekend. En nee, ik houd het bij mijn eigen muziek. Dichterbij dan een carnavaller die in vol ornaat voorbij komt fietsen, zal ik niet komen. Vanwege de rust die overal is waar carnaval niet is, kan ik in alle oprechtheid zeggen: ik hou van carnaval!