Afbeelding

FREEK

Column Column

Freek

Mopperend fiets ik door de stromende regen naar het 17-septemberplein. Regen, regen en nog eens regen. Het is pas eind van de middag en nu al bijna donker. Als ik wil oversteken om naast Digison het gangetje in te gaan, klinkt een schelle claxon. Ik had de auto achter me niet gehoord en kan ‘m nog maar net ontwijken. Achter het raam een opgestoken middelvinger. Tjonge jonge, wat heeft Nederland een kort lontje tegenwoordig. Brommend open ik de deur van het posthok om nieuwe post in te laden.

‘Wat is er allemaal aan de hand, beste Freek?’ hoor ik achter me een onbekende zware stem.

‘Oh, eh, dag Sinterklaas.’

Onwillekeurig verandert mijn houding. Eigenlijk best vreemd, denk ik, zelfs volwassenen gedragen zich anders als Sint in de buurt is. Ook al weten ze goed hoe het werkelijk zit. Hoe weet die man mijn naam eigenlijk?

‘Waarom mopper je zo?’ vraagt de Goedheiligman me.

‘Oh Sinterklaas, elke dag regen, kletsnat thuiskomen en waarvoor? Wie zit er nog op de postbode te wachten. De mensen zien me niet eens staan.

‘Daar heeft u het helemaal mis, Freek. We kunnen toch niet zonder postbodes?’

Ik kijk hem verbaasd aan.

Sint begint te lachen: ‘Heb je het Sinterklaasjournaal niet gekeken?’

Ik schud bedeesd mijn hoofd: ‘Nee Sint, mijn kinderen wonen niet bij mij, ze zijn er trouwens ook te oud voor.’

‘Je bent nooit te oud voor het Sinterklaasjournaal, jongeman. Maar ik zal het je wel uitleggen. Net als jij nu, vonden de Pieten dat ze beter beloond moesten worden voor al het werk dat zij doen. Ze liepen weg en ik was bang dat niemand iets in de schoen zou krijgen. Want als ik al dat werk alleen moet doen, nee Freek, dat lukt deze oude baas niet meer. Dus heb ik de kinderen laten stemmen. En de kinderen in Nederland lieten duidelijk weten dat zij het werk van mijn Pieten fantastisch vinden. Dat vonden de Pieten zo fijn dat ze enthousiast weer alle cadeautjes bezorgen. Kinderen blij, ouders blij, Sint blij.’

De Sint kijkt me lachend aan en draait zich om: ‘Nou, dag hoor.’

Met een hand vol pepernoten kijk ik hem na.

Het gaat harder regenen, maar wat maakt het uit. Sint heeft gelijk.

Met het vooruitzicht van een warme douche laad ik de post in en stap ik weer op de fiets.

Ik verheug me op komend weekend. De jongens komen en we doen surprise. Zelfs hun moeder doet mee. Ik heb onze jongste met lootjes trekken en ga een mooie Sinterklaas maken. Da’s toch altijd leuk?

Klepperend verdwijnt de laatste brief in de bus en fiets ik terug. Even bij Boudewijns langs om een lege schoenendoos te vragen. Bij de Etos haal ik een zak watten. Nu nog rood karton en een tube lijm. Bij de Primera staat een lange rij. Pakketjes die gehaald of teruggebracht worden en achteraan sta ik, met alleen een pritt-stift en karton. Fluitend fiets ik naar huis, het is zowaar gestopt met regenen! Net als ik er lekker de vaart in heb, haalt een auto me in, recht door een enorme regenplas...

Voor het eerst prijs ik me gelukkig met mijn baan. Want dankzij de fietstassen van PostNL blijft mijn schoenendoos en het karton helemaal droog.