
Column Judith: Verdriet
Column ColumnDrie weken geleden overleed zijn vrouw. Hoewel hij haar rust gunde en opgelucht is dat haar pijn voorbij is, is hij ontroostbaar. Het leven heeft geen inhoud meer. Ook zijn eigen gezondheid is zeer kwetsbaar. Sommige dagen lijkt het wat beter te gaan dan andere. Het verdriet is echter allesoverheersend en maakt zijn dagen eindeloos, donker en somber.
De laatste paar dagen is hij wat koortsig. Hoewel hij duidelijk heeft aangegeven niet meer behandeld te willen worden, wil zijn zoon graag weten of de oorzaak infectieus is of mogelijk stressgerelateerd.
Dat is de reden dat ik deze ochtend zijn infectiewaarde meet. Als ik zijn kamer binnenkom, ligt hij nog in bed.
Ik leg hem uit wat ik kom doen. Behulpzaam steekt hij zijn hand al naar me toe, zodat ik middels een vingerprik een druppeltje bloed kan opvangen.
Terwijl het apparaat het bloed analyseert, vraagt hij of ik even bij hem wil komen zitten. Dat is natuurlijk geen enkel probleem. Ik leg mijn hand zachtjes op zijn schouders. Hij huilt. Dikke tranen biggelen over zijn wangen en zijn schouders schudden.
‘Ze mag me niet beter maken.’, snikt hij wanhopig. ‘Ik wil naar mijn vrouw, ik mis haar zo ontzettend!’
Ik zucht een paar keer diep en kan zijn verdriet voelen.
Zodra de uitslag van de meting bekend is, beloof ik hem dat ik zijn boodschap aan de dokter zal doorgeven. Ik wens hem heel veel sterkte en verlaat de kamer met een knoop in mijn maag…







