Afbeelding
Foto: Wil Feijen

Column Luc: Sint-Pieter

Algemeen Column

Son en Breugel - Ook al ben je niet gelovig, het is een speciaal moment als je een godshuis betreedt. De stilte en de sereniteit zijn duidelijk voelbaar en geven een gevoel van verbondenheid, waar het godshuis ook voor is bedoeld. Soms kan ik me voorstellen dat God zich daadwerkelijk thuis voelt.

Als dat godshuis het centrum is van de katholieke wereld, zoals de Sint-Pieter op het gelijknamige plein in Vaticaanstad, zou je verwachten dat dat effect alleen maar sterker is. Ook al zijn de kerk en het plein ware toeristische trekpleisters. Altijd ziet het plein zwart van de mensen. Gelovigen, priesters en toeristen van over de hele wereld lopen met open monden rond, onder de indruk van al het moois. Zoals de ronde boog van pilaren, die het plein afscheidt van de buitenwereld, of de Sint-Pieter zelf, met als bekroning de koepel, hoogverheven boven de eeuwige stad.

Evenwijdig aan de boog staat een lange rij van mensen, die wachten tot ze de basiliek in mogen. Er heerst een rust in de rij, iedereen wacht netjes op zijn beurt. Het is een kwestie van geduld, stapvoets gaat het, steeds dichterbij. Dichterbij de detectiepoorten, waar rugzakken, heuptassen en camera’s gescand worden. Na de scan houden we rechts aan, om naar de koepel te gaan, met de lift of met de trap. Het verschil? Twee euro, 551 treden, staat onderaan de trap. ‘Dat wil ik meemaken!’ zegt mijn lief. Ik ook, dacht de gek.

De trap begint breed, maar wordt steeds smaller. Na het nodige gehijg en gepuf (van mij) komen we bij een balustrade, met uitzicht op de kerk. Verder naar boven gaat het, over het dak van de basiliek, naar de koepel. Een paar honderd steeds smaller en schuiner wordende treden scheiden ons van de koepel. Dan zijn we er, met als beloning het meest prachtige uitzicht op Rome, vanaf het hoogste punt.

Of we willen of niet, op een gegeven moment moeten we weer naar beneden. Een mensenmassa vergaapt zich aan het goud en glitter, aan de schitterende mozaïeken en wand- en plafondschilderingen. De rust is ver te zoeken, stilte en sereniteit zijn vreemden hier. Ik kan het de toeristen niet kwalijk nemen, zelf móést ik de Sint-Pieter ook zien. Je vraagt je af of het niet een beetje te veel is.

Als ik God was, zou ik niet in de Sint-Pieter willen wonen. Of de katholieke kerk dat erg vindt, is een ander verhaal. Wie Hem zoekt, kan Hem overal vinden.