Marianne van der Putte
Marianne van der Putte Foto: Wil Feijen

Marianne van der Putte: “Draag een fietshelm!”

Algemeen

Son en Breugel - Een val van haar fiets - “já een e-bike, já ik reed te hard en néé, ik droeg geen helm” - maakte in één klap een einde aan haar leuke, drukke leven. De flinke hoofdwond die Marianne opliep, had een hersenbeschadiging als gevolg. Een jaar van revalideren en therapieën volgde, een jaar met helse hoofdpijnen, vermoeidheid en leren omgaan met alle prikkels die het leven geeft. De toekomst ziet er hoopvol uit, maar Marianne is er nog lang niet. “En dat alleen maar omdat ik te ijdel was om een helm te dragen”, verzucht ze. “Ik zie het als mijn taak om iedereen te waarschuwen en vooral op te roepen tot het dragen van een helm op de fiets. Mensen, bescherm je hersenen!”

Ik heb geluk gehad.

Redactie: Patricia van Baak
Foto: Wil Feijen

Ze heeft een fijne dag. “Vanochtend ben ik vanuit hier in Breugel naar Berkenstaete gewandeld om mijn geliefde vrijwilligerswerk te doen. Ik ben nu klaar-over bij de wandeling met mensen in een rolstoel. Oh, als ik toch aan het einde van dit jaar weer een rolstoel kan duwen, dan voel ik me écht weer nuttig!”

Marianne ziet er goed uit, ze straalt, zet thee - wil je ook lekker-slapen-thee? - en ze is klaar om haar verhaal mét boodschap te vertellen.
Haar man Ben gaat fietsen. Hij wijst me op de helm die hij draagt, ik had niet anders verwacht.
Marianne vertelt het liefst over het hier en nu. “Ik kan weer 2 ochtenden per week naar de bewegingsbanken, wel met zo’n bouwvakkerskoptelefoon op, omdat het zachte gezoem van de motortjes bij mij hard binnenkomt, en ik heb mijn vrijwilligerswerk weer opgepakt en onlangs bezocht ik weer een raadsvergadering van Voor U!, waarvan ik raadslid ben. Ik kan sinds deze maand weer éénmaal per week bridgen, voorheen drie keer per week, en ik kan soms weer vriendinnen bezoeken. ’s Middags luister ik vaak naar luisterboeken - lezen lukt niet - en ’s avonds doe ik niks; alles gedoseerd. Als ik ’s morgens naar Berkenstaete ben geweest, kan ik ‘s middags niet bridgen.”

‘Ik was te ijdel voor een fietshelm’
Praten over haar val, die zó’n invloed op haar leven heeft, maar waarvan ze óók kan zeggen dat ze geluk heeft gehad, vindt Marianne moeilijk. Schuldgevoel valt haar ten deel. “Ik kan alleen mezelf de schuld geven. En tjonge, wat alle therapieën en behandelingen de ziektekostenverzekering hebben gekost. Het was niet nodig geweest als ik een helm had gedragen. Ik was te ijdel, want als mijn kapsel toch eens niet goed zat...”

‘Ik dácht dat ik midden in het leven stond, maar ik ging te snel. Ik ben rustiger geworden, niet laconiek, maar bewuster bezig met de tijd.’

“Het was 7 juli 2023. Mijn man had bij onze dochter, wonend in het centrum, geklust en ik kwam later op de fiets. We hadden een gezellige avond. Ben was met de auto naar huis gegaan, en ik ben iets voor 23.45 uur op de fiets gestapt. Om 1.05 werd Ben gebeld met de mededeling dat ik gevonden was, versuft en met een flinke hoofdwond. Wat ik nog weet is dat ik hard reed en moest remmen. Dat deed ik krachtig, waardoor ik wegschoof. Ik viel en raakte bewusteloos. Een man vond mij en bracht me bij. Een bekende man van hier uit de buurt kwam toevallig langs en heeft Ben gebeld. Ik ben naar het ziekenhuis gebracht en daar is een scan gemaakt. Tegen 5.30 uur was ik weer thuis, niet wetend wat me allemaal nog te wachten stond.”

‘Alleen door lopen word ik beter’
En dat was het begin van de medische molen. Vele huisartsenbezoeken volgden, naast ergotherapie, gesprekken met een psycholoog en EMDR, fysiotherapie, manuele therapie, osteopaat en AB visuele reflextherapie. Want Marianne had helse hoofdpijnen, ze was ontzettend moe, de linkerkant van haar lichaam was gekneusd en beurs, en ze werd gek van de drukte in haar hoofd; alle prikkels kwamen binnen. Het liefst sloot ze zich binnen op en volledig af van de buitenwereld. Samen met de ergotherapeut maakte Marianne een dagindeling. “Ik moest naar buiten en vooral veel wandelen. Alleen door lopen zou ik beter worden. En daar liep ik dan, onder een paraplu, oordopjes in tegen het geluid van de regen. Ik hield niet eens van wandelen, deed alles snel op de fiets. Maar ik ben het wandelen gaan omarmen. Het geeft rust. Letterlijk stilstaan bij wat er om me heen gebeurt.”

‘Ik ging te snel’
Is dat de winst van jouw val? Deze vraag emotioneert Marianne: “Ik heb hier nog nooit over nagedacht. Maar ja, ik denk dat ik dácht dat ik midden in het leven stond, maar ik ging te snel. Ik ben rustiger geworden, niet laconiek, maar bewuster bezig met de tijd.“

De prijs van deze bewustwording is hoog. En al heeft Marianne er alle vertrouwen in dat het weer goed komt, zeker weten doet ze dat niet. De gevolgen van haar val hebben uiteraard ook invloed op haar leven met Ben. “Ons leven ziet er helemaal anders uit. Kunnen we ooit nog leuke dingen doen samen? Naar de film, musical of een dagje weg met de trein?”
Dat Marianne inmiddels 5 uitvaarten van dierbaren heeft moeten missen, doet haar veel verdriet. En steeds weer: “Ik heb het allemaal aan mezelf te wijten.”

Maar dan, weer stralend: “Zó lief; ik heb 63 kaarten en 49 boeketjes mogen ontvangen. En nog steeds krijgen we warme belangstelling. Dat helpt enorm, hoor. Dan wíl je wel beter worden!” En dan nog één keer tot besluit: “Lieve ouders, pubers, alle (jong)volwassenen, draag een helm op de fiets! Een ongeluk is zó gebeurd, en het leed niet te overzien. Ik heb geluk gehad!”