
Met kerst hoor je niet alleen te zijn
ColumnSon en Breugel - Onze huizen zijn inmiddels omgetoverd tot kerstpaleizen. Grote, imposante kerstbomen, prachtig versierd, laten je de magie van kerst opsnuiven. In de buurt van de boom vind je vaak ook een zorgvuldig klaargezette kerstgroep. Het kindje ligt nog niet in de kribbe; het moet tenslotte nog geboren worden.
Redactie: Judith Curfs
Als mijn werk het toelaat, bewonder ik altijd het tafereel. Ik loop verder, over de gang, langs de appartementen van bewoners. In het ene appartement komt de kerstsfeer je aan de buitenkant al tegemoet, het andere is wat soberder versierd.
Ik spreek haar omdat ze niet fit is en ik haar ontstekingswaarde moet bepalen. We raken aan de praat. Haar kamer is rijkelijk versierd. Ze vertelt over haar leven, hoe gelukkig getrouwd ze was… 56 jaar waren ze samen. Na een kort ziekbed overleed hij vorig jaar. Vanwege de ziekteverschijnselen van haar Parkinson kon ze niet meer thuis blijven wonen, in het huis waar ze sinds haar trouwen lief en leed hadden gedeeld. Ze staart verdrietig voor zich uit. In het huis werd hun dochtertje geboren. Het grootste geluk overkwam hen, totdat… Het meisje werd ziek en overleed. Samen met haar man nam ze afscheid. Ze probeerden hun leven weer op te pakken. Ze werd huishoudster in een gezin met drie kinderen. Zij en haar man waren een soort suikeroom en - tante voor de kinderen. Ze straalt als ze erover vertelt.
Ik probeer me het immense verdriet van het echtpaar voor te stellen en raak wat in gedachten. Ze onderbreekt me met haar optimisme: “Weet je”, zegt ze, “onze overleden dochter bracht ons in contact met de drie kinderen. Nu mijn man er niet meer is, halen ze me op met kerst. Ik mag bij hun gezinnen aanschuiven en voel me een beetje oma als ik er ben. Ze hebben een mooie kerstboom en iedereen ziet er mooi uit. Het is toch zo fijn als je daar mag aanschuiven. Als ik dan hier in dit verpleeghuis rondkijk en zie hoeveel mensen eenzaam hun kerst doorbrengen, zonder bezoek, dan prijs ik me zo rijk. Vanuit de hemel wordt voor mij gezorgd. Ik heb het zo goed getroffen.”
Als ik terugkom van mijn uitstapje neem ik altijd wat lekkers mee. Jij en je collega’s en vrijwilligers doen hun best om een fijne sfeer neer te zetten. Ze zijn goud waard. Het is dan zo fijn als je samen kunt vieren. Met kerst hoor je toch niet alleen te zijn? Ik slik en tel mijn zegeningen; wat een cadeau dat ik deze mooie mevrouw mocht ontmoeten.