
60 jaar getrouwd en intens tevreden: “We tellen onze zegeningen”
AlgemeenSon en Breugel - We schrijven het jaar 1965. Op de een-na-laatste dag van dit jaar trouwden Sjaan en Martien. Het sneeuwde en het was koud op deze dag vol liefde. Zestig jaar later vieren ze opnieuw hun bruiloft. Het weer op die dag in 2025 is hetzelfde, maar in al die jaren is er veel veranderd. Nu, in het nieuwe jaar 2026, kijken we terug op het mooie feest van dertig december en op hun leven: “Dat leven was goed en is het nog steeds. We tellen onze zegeningen.”
Redactie: Ingrid van der Aa
Martien en Sjaan Rooijakkers – Smits verhuisden in juni vorig jaar om gezondheidsredenen naar Berkenstaete. Dat ging niet zonder slag of stoot. “We wilden helemaal niet weg uit Breugel”, vertelt Martien Rooijakkers (88). Hij was en is immers Breugelnaar in hart en nieren, geboren, getogen, en toch ook wel een bekende naam in de Van den Elsenstraat.
Martien zette zijn eerste stapjes in de Gertruda Hoeve, een boerderij die later door nieuwe eigenaren werd verbouwd tot restaurant. Martien: “Ik kom oorspronkelijk uit Veldhoven. Maar we leerden elkaar kennen in Son en Breugel.” Sjaan Rooijakkers-Smits (87) denkt met een glimlach terug aan die tijd: “Mijn nichtje ging in Breugel wonen en in het dorp was er wel eens iets te doen. We gingen dansen bij Het Zwaantje en daar ontmoette ik Martien.” Al snel fietste haar vriendje regelmatig van Breugel naar Veldhoven. Twee jaar later trouwden ze: “Op onze trouwdag was het net zo koud als nu en het sneeuwde. We trouwden in een kerk in Veldhoven. Dat was een boerderij die toen net was omgebouwd tot kerk. Het feest was in Oerle, in De Kers. Dat bestaat nog steeds!”
De Kers werd het niet voor het 60-jarige huwelijksfeest, maar wel een gezellige zaal in Heeswijk-Dinther, de plaats waar hun dochter Ronelle woont. “Er waren zo’n 65 gasten, familie, vrienden, mensen uit de oude buurt en de nieuwe buurt.”
Van den Elsenstraat 23, 26 en 30-A
De oude buurt, dat is Breugel. Het echtpaar is nog maar een paar maanden geleden vertrokken richting Son. “Ik wilde niet weg uit Breugel”, benadrukt Martien. “We woonden op het laatst aan de Van den Elsenstraat 30-A, en we woonden daar goed.” Na de Gertruda Hoeve, gelegen aan de Van den Elsenstraat 23, verhuisde het echtpaar naar nummer 26. Daar begonnen ze een varkenshouderij, die al snel uitgroeide tot een behoorlijk groot bedrijf. “We begonnen met varkens en tien koeien”, legt Martien uit. “We groeiden zo snel dat er een bedrijf bij moest komen, in Son. In 1993 hebben we de varkenshouderij overgedaan aan onze oudste zoon. Het is toen in zijn geheel verplaatst naar Son.”
Martien bleef destijds nog lang meewerken op de boerderij. Daarnaast hield hij pony’s, zodat hun kinderen konden rijden, en was hij als voorzitter van de ponyclub zeer actief. Ook tenniste het echtpaar en speelden ze bridge. Sjaan schilderde. Trots zegt ze: “Aquarel en later acryl, en dat doe ik nog steeds wekelijks in Breugel.” Sjaan paste ook veel op de kleinkinderen: “We hebben er zes: drie kinderen van mijn oudste zoon en drie van mijn dochter. Onze jongste zoon woont in Thailand.”
Je krijgt de man wel uit Breugel, maar Breugel niet uit de man
Nu Martien en Sjaan op Berkenstaete wonen, weten ze zich omringd door meer mensen uit Breugel. “Zo toevallig”, vertelt dochter Ronelle die bij het gesprek aanwezig is. “Er woont nu een echtpaar hier naast mijn ouders dat in Breugel enkele straten verderop woonde.” Sjaan: “Ze liepen dagelijks langs ons huis aan de Van den Elsenstraat 30-A om hun hondje uit te laten, maar we hadden ze nog nooit gezien. Nu zijn het vrienden geworden hier, en we eten ook gezellig samen. En de groep waarmee we natafelen en naborrelen wordt steeds groter.”
Berkenstaete heeft voor het echtpaar het vertrek uit de Van den Elsenstraat wat gemakkelijker gemaakt. Martien: “Het was in het begin wel even wennen, maar we hebben een benedenwoning hier en dat maakt veel goed. We zijn heel tevreden nu, met de zorg, het gezellige samen eten en de mensen die we hebben leren kennen.”
Van de vraag of we hier over vijf jaar, bij het 65-jarig huwelijksfeest, weer een gesprekje zullen hebben voor de krant, lijkt het echtpaar niet te schrikken. “Wie weet”, klinkt het met een glimlach.




