
Het is over en uit voor ‘t Krut
AlgemeenSon en Breugel - Allard Pos en zijn vriendin Loïs wensten elkaar afgelopen oud en nieuw geen gelukkig nieuwjaar, maar vooral veel sterkte. Ze wisten dat er een moeilijke tijd zou aanbreken. Een droom was in duigen gevallen: ’t Krut, waar zij zoveel tijd, energie, creativiteit en liefde in hadden gestoken, zou binnenkort failliet worden verklaard. Op 20 januari jl. is het faillissement formeel uitgesproken.
Redactie: Marc van Beek
Hoe gaat het met jullie?
Dat was de eerste vraag van dit interview. Ondanks de grote teleurstelling, het ongeloof en ook de boosheid, gaat het naar omstandigheden redelijk goed, is het antwoord. Dat is vooral te danken aan alle steun en lieve reacties uit het dorp nadat het faillissement van ’t Krut bekend werd.
“Een van de moeilijkste dingen was het bellen van alle crowdfunders die hun geld in ’t Krut hadden geïnvesteerd, vaak mensen die wij persoonlijk goed kennen”, vertelt Allard. “Nog voordat het faillissement bekend werd, hebben we iedereen persoonlijk gebeld. Lastig, maar gaandeweg werd duidelijk hoeveel steun, begrip en warme woorden we kregen. Dat heeft ons ontzettend goedgedaan en helpt ons echt door deze moeilijke tijd heen.”
Waar ging het mis?
“Eigenlijk al in het begin”, vertelt Allard. “Ik kreeg te maken met veel tegenslag. We namen een professionele brouwer in dienst die toevallig beschikbaar was en die we niet wilden laten lopen. Maar op het deel van het pand waar de brouwerij zou komen, rustte een horecabestemming. Daarom was er toestemming van de omgevingsdienst nodig om dit aan te passen. Die ambtelijke molens maalden echter extreem langzaam.”
Na maanden van voorbereidingen opende ’t Krut in mei 2024. De vergunningaanvraag liep toen al geruime tijd en zou pas in december van dat jaar worden goedgekeurd. De brouwinstallatie, afkomstig van een gesloten brouwerij in Tilburg, stond toen al een half jaar ongebruikt in ’t Krut. Volgens de verkoper zou het om een ‘plug-and-play’-installatie gaan, maar in de praktijk bleken essentiële onderdelen te ontbreken. Daardoor moesten er nieuwe, kostbare rvs-leidingen worden aangebracht door eveneens dure technici. Door alle vertraging kon de verkoper hierbij niets meer voor ons betekenen.
Uiteindelijk kwam het eerste eigen bier pas een jaar na de opening, in mei 2025, uit de brouwerij. In de tussentijd begrepen veel klanten niet waarom het proeflokaal geen eigen bier serveerde. De brouwer stond ondertussen wel op de loonlijst, terwijl er geen inkomsten uit de brouwerij waren. Daarbovenop kwam dat 2024 een zeer slecht terrasjaar was. Het regende veel, terwijl juist in de beginfase de gasten de weg moeten zien te vinden naar een nieuwe zaak en terug blijven komen. Door al deze tegenslagen slonken de financiële reserves in het eerste jaar als sneeuw voor de zon.
Wat gaf de doorslag bij het faillissement?
“In 2025 ging het juist steeds beter”, vertelt Allard. “De omzet steeg met bijna 30 procent en steeds meer gasten wisten ’t Krut te vinden. We kregen meer aanvragen voor feesten van bedrijven en particulieren en werden ook een trouwlocatie. De huiselijke sfeer van het oude gebouw sprak veel mensen aan. Ook de festivals op het terrein voor ’t Krut werden goed bezocht. Ik had allerlei plannen voor het uitbouwen van nieuwe evenementen, maar eind december werd de achterstallige huur opgeëist. Omdat onze financiële buffer in het eerste jaar was verdwenen, bleek dat onmogelijk. Dit leidde uiteindelijk tot het faillissement.”
Wat zou je met de kennis van nu anders hebben gedaan?
“Ik heb er veel van geleerd”, vertelt Allard, “het is een harde en pijnlijke leerschool. In mijn enthousiasme wilde ik te veel tegelijk. Van een kleine zaak in de Nieuwstraat ging ik ineens naar het runnen van een restaurant, proeflokaal, brouwerij én evenementenlocatie; dat is achteraf een stap te groot geweest. Het persoonlijke contact met klanten vond ik het leukste, maar daar had ik steeds minder tijd voor. Achter de schermen moest er zo veel geregeld worden en zo veel ballen tegelijk in de lucht gehouden worden, dat juist dat contact erbij inschoot. Toen de brouwketels moesten worden aangepast, hebben we dat meteen voor alle acht gedaan, terwijl we ook met vier hadden kunnen beginnen. Dat had veel geld gescheeld. Ook het direct in dienst nemen van een brouwer was achteraf gezien geen verstandige keuze.”
Daarnaast realiseerde Allard zich dat ’t Krut net buiten de loop van het centrum ligt: “Als er een evenement op het marktplein is, profiteert de horeca daar volop van, maar ‘t Krut ligt net te ver weg om daar echt op mee te liften. Dat betekent dat je harder moet werken om gasten binnen te krijgen. Dat lukte gelukkig wel steeds beter.”
En nu?
“Nu is het aan de curator om te bepalen hoe het verder gaat”, zegt Allard. “Voorlopig ben ik druk met de afwikkeling van het faillissement, daarna ga ik op zoek naar een nieuwe baan of uitdaging. Loïs heeft gelukkig haar eigen baan. Ik wil dit alles eerst goed afronden, voor alle betrokken partijen, en daarna kijken naar de toekomst.”