
Column Judith: 20 uur
Column ColumnZe is vanmorgen wat moeilijk wekbaar en verminderd aanspreekbaar. Ze kan niet veilig slikken en haar medicatie innemen lukt dus ook niet. De collega’s van de afdeling hebben de situatie een paar uurtjes aangekeken maar beginnen zich nu toch wel zorgen te maken. Ze heeft haar ontbijt en lunch al overgeslagen en ook niks gedronken. Op een pijnprikkel reageert ze nauwelijks. De waardes van haar vitale functies zijn niet afwijkend. We hebben op dit moment geen enkele focus waardoor haar verlaagde bewustzijn veroorzaakt wordt.
De arts vraagt een meting van haar ontstekingswaarde aan. Deze blijkt verhoogd. Mevrouw heeft dus een infectie waarvan we de oorzaak niet kunnen achterhalen. Mogelijk maakt ze een stil delier door bij de infectie die we constateren.
Terwijl de arts met haar dochter overlegt over het te volgen beleid wordt mevrouw wakker nadat ze zo’n 20 uur niet aanspreekbaar was. Het klinkt bijna als een wonder. Ze is meteen weer als vanouds.
Dat maakt het behandelplan ineens een stuk gemakkelijker. Ze gaat starten met antibiotica.
Als ik een paar dagen later weer op haar afdeling ben, zit ze druk te kletsen met een medebewoonster. Van haar afwezige dag kan ze zich niks meer herinneren en op mijn vraag hoe ze zich voelt, antwoordt ze met een onbegrijpelijke blik in haar ogen: ‘Hartstikke goed, hoezo?’
