
Column Judith: Meisjesclubje
AlgemeenEr is wat onrust op de afdeling. De zorgmedewerkers komen handen te kort. Mijn collega en ik besluiten een handje te gaan helpen.
Door haar dementie is het moeilijk een gesprek met haar te voeren. Haar wensen zijn me dan ook niet helemaal duidelijk. Ik heb haar zorgplan gelezen. Daarin staat beschreven welke zorg uitgevoerd moet worden en welke wensen ze heeft.
Ik besluit haar eerst maar even naar het toilet te begeleiden. Ik help haar overeind, zodat ze met haar rollator kan lopen. Enigszins wantrouwend kijkt ze me aan, om daarna alsnog mee te gaan.
Aangekomen bij de badkamer blijft ze plotseling staan. ‘Niet naar binnen gaan!’, mompelt ze bijna onverstaanbaar, ‘Daar is het gevaarlijk!’ Ik ken haar niet en vraag me af wat haar zo bang maakt. Mijn geruststellend bedoelde arm op haar schouder lijkt weinig effect te hebben.
Ik besluit om de lamp op de badkamer alvast aan te knippen en zeg haar dat we vandaag een meisjesclubje hebben. Die kunnen alles aan, ook spannende badkamers. Ze kijkt me nog eens aan, lacht en wandelt naar binnen.
Het ijs lijkt gebroken te zijn. Zoals vermeld staat in haar zorgplan help ik haar met omkleden, poets haar tanden, trek haar steunkousen uit en help haar in bed. Terwijl ik op de rand van haar bed zit, wens ik haar welterusten en hoop dat de vreemde avond geen weerslag zal hebben op haar nachtrust.
Als ik wil opstaan, legt ze haar hand op mijn wang en glimlacht.







