
Steeds meer koeien blijven het hele jaar op stal – ook in onze regio merkbaar
AlgemeenSon en Breugel - Het aantal melkkoeien in Nederland dat permanent op stal staat, is in 2024 met 12 procent gestegen ten opzichte van 2023. Uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat ruim 50.000 koeien extra nooit buiten kwamen. Inmiddels blijft meer dan 20 procent van alle melkveebedrijven het hele jaar door binnen met hun vee. Ook in Brabant, waar veel melkveebedrijven actief zijn, is deze trend zichtbaar.
31 procent van de melkkoeien komt niet buiten
Nederland telde in 2024 ongeveer 1,5 miljoen melkkoeien. Daarvan bleef 464.000 dieren – zo’n 31 procent – permanent op stal. Ter vergelijking: in 2015 stond nog ruim 579.000 melkkoeien altijd binnen, maar na een daling in de jaren daarna, is het aantal sinds 2021 weer aan het stijgen.
Afspraken voor meer weidegang
Om koeien vaker buiten te laten lopen, werd in 2012 het Convenant Weidegang ondertekend door meer dan 80 organisaties. Hierin staan afspraken zoals een hogere melkprijs voor boeren die hun koeien weiden. Weidegang helpt bovendien om ammoniakuitstoot te verlagen en wordt gestimuleerd binnen het Europese landbouwbeleid.
Biologische melkkoeien veel vaker buiten
In 2024 waren er in Nederland 538 biologische melkveebedrijven. Bij deze bedrijven is het permanent op stal houden van koeien verboden. Biologische koeien stonden gemiddeld 202 dagen per jaar in de wei, tegenover 150 dagen bij niet-biologische bedrijven. Dat is ruim 50 dagen verschil. Ook in intensiteit zit verschil: bij dagbeweiding staan biologische koeien gemiddeld 2 uur langer buiten dan gangbare koeien, en bij dag-en-nachtweiding zelfs 3 uur langer.
Lokale betekenis
In en rond Son en Breugel werken diverse melkveehouders – zowel biologisch als gangbaar. De stijging in het aantal permanent op stal staande koeien kan ook hier gevolgen hebben voor het landschap, het dierenwelzijn en het milieu. Lokale melkdrinkers en kaasliefhebbers kunnen met hun keuzes in de supermarkt bijdragen aan het stimuleren van weidegang.
Reactie uit de regio
Arjan Swinkels, eigenaar van De Stoerderij (waterbuffelboerderij) reageert op het onderwerp: “Het is jammer om te zien dat steeds minder koeien de wei ingaan. Ik begrijp dat het natte voorjaar van vorig jaar en het blauwtongvirus hier een rol in hebben gespeeld; dat zijn legitieme oorzaken. Boeren die fanatiek zijn met beweiden hebben hun koeien gewoon de wei in gebracht, maar ik vermoed dat de meer afwachtende collega’s vaak een reden vonden om het niet te doen. Natuurlijk spelen ook bedrijfseconomische overwegingen mee: koeien binnen houden betekent een stabielere omgeving en een voorspelbaar rantsoen, en dat is simpelweg financieel aantrekkelijker dan beweiding.
Daarmee kom je automatisch uit bij de rol van de consument. Er is een groot verschil tussen wat mensen vinden en wat ze daadwerkelijk in hun winkelmandje leggen. Deze cijfers zeggen wat mij betreft net zoveel over de melkveehouders als over de Nederlandse bevolking. Het is belangrijk om uit te voeren wat je zegt ‘practice what you preach’ en niet krenterig te zijn als het gaat om bewuste keuzes”, aldus Arjan.
Feiten op een rij:
12% meer koeien permanent op stal in 2024 t.o.v. 2023
31% van alle melkkoeien kwam niet buiten
Biologische koeien: gemiddeld 202 dagen in de wei
Niet-biologische koeien: gemiddeld 150 dagen in de wei
Bron: CBS, voorlopige cijfers 2024







