Ilona met Tobi
Ilona met Tobi Foto: Ingezonden

Twee dames uit Son en Breugel naar het WK Canicrosse in Polen

Algemeen

Son en Breugel - Ilona Ubbink (37), met haar bordercollie Tobi, en Loïs Vriens (26), met haar Australische kelpie Blue, vertrekken begin november vanuit Son en Breugel naar het Wereldkampioenschap Canicross in het Poolse Owinska.

“Canicross is hardlopen in de natuur samen met je hond”, vertelt Ilona. “De hond draagt een speciaal trektuig dat met een elastische lijn vastzit aan de heupgordel van de loper. Mijn hond Tobi mag trekken zoveel hij wil.”

Lachend voegt ze toe: “Sommige baasjes worden daar een stuk sneller van. We lopen afstanden van drie tot vijf kilometer met gemiddelde snelheden van ongeveer 18 kilometer per uur. Tobi vindt het heerlijk. Ik ook. Het is goed voor de conditie en je blijft er lekker fit door.”

Loïs herkent dat enthousiasme bij haar hond: “Als ik mijn hardloopkleren aantrek en het tuig pak, begint Blue al te kwispelen en rondjes te draaien. Als hij de auto van Ilona ziet aankomen, is hij meteen opgewonden. Voor hem is de wedstrijd dan eigenlijk al begonnen.”

Ilona heeft niet al haar honden aan het canicrossen gekregen: “Ik heb twee honden. De andere is een echte huishond. Die vindt hardlopen helemaal niets. Die krijg ik echt niet aan het canicrossen.”

Aan het kampioenschap doen ongeveer duizend deelnemers mee in de disciplines canicross, bikejöring en stepjöring. Deze sporten vinden hun oorsprong in Scandinavië en zijn voortgekomen uit de sledehondensport. De deelnemers komen uit 33 landen. ‘Team Brabant’ wordt vertegenwoordigd door ongeveer zes deelnemers. De complete Nederlandse delegatie bestaat uit ongeveer vijftig deelnemers.

Samenwerken staat centraal in de sport, leggen de vrouwen uit. “De een gaat wandelen met de hond, wij gaan samen hardlopen”, zegt Ilona. “We werken écht samen. Honden leren reageren op commando’s als ‘links’, ‘rechts’ en ‘rustig’. Als ik ‘rustig’ zeg, gaat Tobi langzamer lopen. Het draait ook om vertrouwen. Hij vertrouwt erop dat we niet samen tegen een boom aan rennen. Samen sneller lopen is leuker dan alleen hardlopen. Het voelt soms een beetje als waterskiën door het bos.”

Loïs vult aan: “Links, rechts, rustig of gá, dat is een kwestie van honderdduizend keer oefenen. Op een gegeven moment valt alles op zijn plaats. Honden leren trouwens ook snel van elkaar. Als de ene hond iets voordoet, volgt de andere vaak vanzelf.”

Met een hond die flink kan trekken en soms veel sneller wil dan zijn baasje, ligt een valpartij misschien voor de hand. Toch zijn de twee tot nu toe nog nooit onderuit getrokken. Beiden antwoorden lachend in koor: “Afkloppen! Nee, gelukkig is dat nog nooit gebeurd.”

Volgens Loïs gaat er veel voorbereiding aan vooraf voordat je op internationaal niveau mag deelnemen: “Voordat je tot kampioenschappen wordt toegelaten, moet je eerst een minimaal aantal wedstrijden hebben gelopen. De conditie van de hond wordt regelmatig gecontroleerd. We gaan twee keer per jaar naar de fysiotherapeut met onze honden en letten goed op hun voeding. Ook krijgen ze altijd voldoende tijd om te herstellen.”

Canicross wordt bovendien vooral beoefend in de koudere maanden: “We trainen alleen in de herfst en winter, twee of soms drie keer per week. In de zomer gaan we zwemmen of suppen met de honden. Zelf moeten wij wel blijven hardlopen, anders gaat onze conditie achteruit.”

Begin november mogen Ilona en Loïs zich dus meten met de beste canicrossers uit tientallen landen. En hoewel de titel van wereldkampioen natuurlijk prachtig zou zijn, gaan ze niet met die verwachting naar Polen. “Natuurlijk zou dat geweldig zijn”, zegt Ilona, “maar een podiumplaats zit er waarschijnlijk niet in. We gaan vooral voor de ervaring, voor ons plezier en voor dat van de honden.”

Lois met Blue
Ilona met Tobi

Mail ons!
Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel?
Neem dan contact met ons op: redactie@demooisonenbreugelkrant.nl


Deel dit artikel: