
Hoe verder met onze drie tennisclubs?
AlgemeenSon en Breugel - In heel Nederland lopen de ledenaantallen van tennisclubs terug. Dat komt door de vergrijzing enerzijds en de snelle opkomst van padel anderzijds. Van oudsher is onze gemeente met drie tennisclubs en in totaal 26 banen rijk bedeeld. Maar wat zijn de verwachtingen voor de toekomst? Aan tafel zitten de voorzitters van alle drie de verenigingen.
Redactie: Jürgen Feuerriegel
Op uitnodiging van deze krant zijn Robert ten Broeke (HTC Son Tennis), Marco van Grinsven (TV Son en Breugel) en John van Falier (TV Pieter Brueghel) bij elkaar gekomen om van gedachten te wisselen over de meest gewenste ontwikkelingen van het tennis in onze gemeente. Alle drie de verenigingen maken via erfpacht gebruik van gronden van de gemeente.
Over circa zeven jaar lopen deze contracten af en het is de vraag of de gemeente tegen die tijd de terreinen aan alle drie de clubs beschikbaar wil blijven stellen. Daarbij speelt natuurlijk tegelijk de vraag een grote rol of er nog drie clubs nodig zullen zijn en of hun huidige terreinen niet beter benut kunnen worden voor woningbouw.
Alle drie voorzitters geven aan dat hun verenigingen ondanks het teruggelopen aantal leden financieel nog steeds gezond zijn. De inkomsten uit de contributies en de baromzetten zijn voldoende bij TV Son en Breugel (met 9 banen en 550 leden) en bij TV Pieter Brueghel (met 7 banen en 490 leden).
Bij HTC Son Tennis is er ook geen tekort (met 10 banen en 370 leden) vanwege de verhuur van de voormalige binnenbanen aan het Padelcentrum van Duren.
Met deze huidige vier padelbanen is onze gemeente, vergeleken met andere gemeenten, sterk onderbezet. Alle drie de tennisclubs hadden derhalve de intentie om padelbanen op hun terreinen aan te leggen en op deze manier nieuwe leden aan te kunnen trekken. Vanwege de inmiddels aangescherpte geluidsnormen was dit helaas niet mogelijk; de terreinen liggen te dicht bij woonhuizen. John van Falier geeft aan dat pickleball (een vrij nieuw alternatief voor tennis) ook niet mogelijk is vanwege de geluidsnormen.
Volgens Marco van Grinsven zie je bij vele gemeenten dat de sportterreinen net buiten de woonwijken gesitueerd worden, met als gevolg veel meer mogelijkheden: “En dan zie je dat de verenigingen die tennis en padel kunnen aanbieden weer meer leden aantrekken.”
John van Falier wijst ook op de kosten: “Een padelbaan aanleggen is al vrij duur en dan heb ik het nog over buitenbanen. Als je binnenbanen wilt bouwen dan is de investering vele malen groter. Het is goed denkbaar dat wij straks met z’n allen te veel tennisbanen hebben en tegelijkertijd geen padelbanen mogen aanleggen.”
Het toeval wil dat de terreinen van de huidige tennisclubs te dicht bij woonwijken liggen waardoor de uitbreidingsplannen met padelbanen niet mogelijk zullen zijn. Robert ten Broeke denkt dat de gemeente na zou moeten denken over één nieuwe locatie in het buitengebied waar je de twee sporten kunt combineren. Het gaat niet om de korte termijn, maar de wenselijkheid van een zorgvuldige besluitvorming vergt wel dat de gemeente op tijd een visie ontwikkelt voor de toekomst.
Hier zijn de andere twee voorzitters het mee eens en zij verwachten ook dat het meer kans van slagen zou hebben om met z’n allen naar één nieuwe locatie te verhuizen dan het samenvoegen van verenigingen op één van de huidige locaties.
Samenvoegen ligt namelijk gevoelig. Veel leden zijn al vele jaren lid van hun clubs en willen niet ineens bij een andere club gaan spelen. Vandaar dat een gezamenlijke nieuwe start in één nieuwe vereniging op één nieuwe locatie de voorkeur zou verdienen.







