
100-jarige plant geen boom, maar deelt herinnering
Human InterestSon en Breugel - Als iemand 100 jaar wordt in de gemeente Son en Breugel, dan mag die een boom planten, een traditie waar gelukkig veel gebruik van wordt gemaakt.
Ook Sander de Leve mocht op 7 september een boom planten omdat hij op 11 september 100 jaar werd. De boom werd geplant in het Vroonhovenpark. Om gezondheidsredenen kon de heer De Leve hier niet bij aanwezig zijn, maar plantte zijn kleindochter Joeke samen met burgemeester Gaillard de boom.
De heer De Leve wilde graag als dank zijn herinnering over de tijd dat hij in Son en Breugel woont delen met onze lezers. Hieronder het verhaal van deze 100-jarige inwoner uit onze gemeente, dat een mooi tijdsbeeld geeft van heel veel jaren wonen in ons dorp.
Honderd jaar worden is geen verdienste. Ik heb mijn hoge leeftijd te danken aan het feit dat ik heel lang geleden geboren ben.
Meer dan zeventig jaar woon ik al in Brabant, eerst in Eindhoven en later in Son. Mijn vrouw wilde de kinderen niet in een stad laten opgroeien. We gaven de voorkeur aan een zoektocht ten noorden van Eindhoven, omdat ik in mijn vrije tijd niet in Aalst, Waalre of Valkenswaard geconfronteerd wilde worden met Philips-collega’s.
We kochten een huisje op de Boslaan in Son en Breugel aan de rand van het 17 Septemberplein. Het dorp was nog ongerept. Men kwam er binnen via een eenvoudige draaibrug, bediend door de plaatselijke smid, die op korte afstand zijn bedrijf uitoefende.
Een kronkelige weg slingerde zich door het dorp, geflankeerd door eenvoudige woningen met stoepjes. Een trottoir ontbrak. Midden in het dorp zetelde burgemeester Steinweg in een romantisch Raadhuisje.
We woonden er nauwelijks twee weken, toen er werd aangebeld. De man had een droevige mededeling: Joop van Kemenade lag op sterven. We moesten gaan bidden. Ik mompelde dat we niet katholiek waren. We schrokken, toen tegen middernacht steentjes tegen het slaapkamerraam werden gegooid.
“De mensen hebben ons als andersdenkenden niet geaccepteerd”, riep ik verschrikt en deed het raam open. Daar stond de man weer. “Gu kunne gaon sloape”, riep hij. Joop was overleden. Mijn vrouw werd uitgenodigd voor het rouwbezoek. Het dorp had ons geaccepteerd.
Als nieuwe ingezetene ging ik met de burgemeester kennismaken. De kermis en ook het vertrek van de carnavalsstoet vonden op het 17 Septemberplein plaats. Daar moesten we aan wennen, vooral toen de danstent voor de deur geplaatst werd. In de pauze verschenen mannen voor de heg. Die staarden ons wezenloos aan. Ze deden een plas.
Het dorp was niet zonder problemen. Het autoverkeer zorgde voor ernstige overlast. Er werd een nieuwe weg aangelegd met aan beide kanten parallelwegen. Dit laatste op aandringen van de middenstanders, die meenden dat doorreizigers graag in Son wilden winkelen. Er kwam een echte brug. Bij de ingebruikneming was er van hogerhand veel belangstelling. Onze ijverige smid was niet uitgenodigd. Hij zat beledigd thuis. Voor de bewoners van de Kanaalstraat bleef het toenemend autoverkeer een hel.
Intussen had de gemeentegrond vrijgegeven in het Harde Ven. Ik kocht een behoorlijk stuk en betaalde 11 gulden per m2. Enkele dorpsbewoners waarschuwden me dat ik door de gemeente geflest was. Drie gulden was meer dan genoeg geweest.
Ongemerkt vond een ontwikkeling plaats, die het karakter van ons dorp dreigde te veranderen. Er ontstonden nieuwe wijken, die bewoond werden door een ander volk. De bewoners waren de wetenschappers van de Technische Universiteit en leidinggevenden van Philips. Ze hadden goede contacten met het Departement in Den Haag en Rijkswaterstaat in Den Bosch, en kregen daarmee inzage in de aldaar ontwikkelde plannen. De gesprekken gingen nu over alternatieve tracés en aansluitpunten, bestemmingsplan, MER, decibellen, geluidswallen en natuurschoon. Men toonde cijfers, grafieken en andere gegevens. Dit werd niet door alle autochtone inwoners op prijs gesteld.
Met een stel goede vrienden probeerden we als groepje een constructieve inbreng te hebben, maar we konden niet voorkomen dat ik door de Kanaalstraatbewoners werd bedreigd. In de komende carnavalsoptocht zou een wagen aan mij gewijd zijn.
In al die zeventig jaar is er veel veranderd in Son en Breugel, maar in geen ander dorp zou ik me zo thuis hebben gevoeld. Ik ben een gelukkig mens.










