
Column Luc
Column ColumnZwoele zomeravond
Op een zwoele zomeravond aan het eind van de lente sta ik te wachten, in de aankomsthal van Eindhoven Airport. Vliegveld Welschap dus, voor de ouderen onder ons, maar dan in een modern, commercieel jasje. Om me heen staan allemaal onbekenden, net als ik wachtend op geliefden. Vader en moeder, oom en tante, broer of zus, neef of nicht of vriend/vriendin, wie zal het zeggen?
Verspreid staan we in de aankomsthal, vooraan in een enorme, open ruimte. Achter de winkeltjes staan de incheckbalies, aan het eind begint de lange rij naar de douanecontrole, altijd een race tegen de tijd. Hoe groot de hal ook is, het is niet te vergelijken met het eindeloze doolhof dat Schiphol heet, waar je dagenlang rond kunt zwerven. Hier en daar staat een plukje mensen, soms maar één of twee. Achter me staat een man, gekleed in een smetteloos wit overhemd, hij ziet er officieel uit. ‘Bent u van het vliegveld?’ vraagt een dame. ‘Nee mevrouw, ik ben een taxichauffeur!’ Ah, dan weten we dat ook weer. De dame druipt teleurgesteld af, op zoek naar iemand die wél van het vliegveld is.
Even verderop staan twee jongedames die ieder een welkomstbord vasthouden, de een met ‘Welkom’, de ander met ‘thuis’. Regelmatig komen er mensen uit de deur, waar we met z’n allen staan te wachten. Menig welgemeende en goedbedoelde grap ten koste van de jongedames ontglipt aan de lippen van de voormalige vakantiegangers. Na de derde lollige opmerking geloof ik het wel. ‘Zat je op de vlucht uit Tenerife?’ vragen de jongedames aan één van de grapjassen. Helaas, weer niet! Om eerlijk te zijn, heb ik geen idee of dat vliegtuig überhaupt aangekomen is.
Keer op keer schuiven de deuren open, met een bevrijdend hisje. Keer op keer veert iedereen op, reikhalzend uitkijkend of het hun geliefden zijn die tevoorschijn komen. Degene die geluk heeft, wiens wachten is beëindigd, wordt beloond met een enthousiaste begroeting, inclusief gekus en geknuffel. Of een welgemeende handdruk, we blijven nuchtere Nederlanders. Welkom thuis!
Dan verschijnt een vrouw, met een buikschuiver aan een riempje. Of het de kou is van de tegelvloer, die oncomfortabel dicht bij de buik van het beestje kwam, of de mensenmenigte, ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat er veel geluid kwam, uit zo’n klein beestje. Ik dacht dat ik me strategisch opgesteld had, met goed zicht op de schuifdeur en op de gang die er naartoe leidt, zodat ik mijn ouders kon zien als ze aankwamen. Het vliegtuig had al vertraging, het duurde lang voordat ze tevoorschijn kwamen. Problemen met de transportband van de bagage, hoorde ik later.
‘Hé Luc!’ klonk het ineens. Ah, daar zijn jullie. Kijk ik net even de andere kant op, als ze uiteindelijk door de deur komen. Een hartelijke begroeting later gaan we op weg naar de auto.
De tien minuten die je gratis mag parkeren waren ruimschoots overschreden. 6 euro armer rijden we de zwoele nacht in, op weg naar huis. Een ervaring rijker!







