
Column Judith: Groot contrast
Algemeen ColumnSon en Breugel - ‘Denk je dat ik kanker heb? Het zou gewoon kunnen, hoor. Mijn vader rookte veel en mijn 2 broers ook. Ik heb nooit gerookt, maar ik zat er wel tussen. Aan de andere kant: ons moeder zat er ook tussen en die is 96 geworden. Ik hoop dat ik zo oud niet word. Ik vind dat ik al best ver gekomen ben. Die 3 rokers hadden allemaal kanker, trouwens.’
Ik luister naar haar verhaal en haar angsten. Ze heeft COPD. Regelmatig heeft ze last van acute benauwdheid. Het geeft haar een beangstigend gevoel en dat kan ik me goed voorstellen. Ze heeft inmiddels de respectabele 90 jaar aangetikt. Zonder slag of stoot ging het echter niet. Hoe vaak ze de laatste jaren gevallen is, weet ze niet meer. Wat ze wel weet, is dat dit haar 4e keer is dat ze bij ons revalideert. Deze keer herstelt ze van een gebroken heup.
Op de dagen dat ze zich goed voelt, zit ze parmantig in haar stoel en maakt grapjes. Het contrast met de slechte dagen is groot. Ze kan op zo’n momenten geen comfortabele houding vinden, is angstig en in paniek, heeft last van de zuurstofslang die haar irriteert.
Enerzijds vraagt ze zich af of in het ziekenhuis een arts zou zijn die haar zou kunnen helpen. Anderzijds wil ze op de moeilijke momenten niet meer leven: ‘Zuster, ik ben zo op, voor mij hoeft het niet meer!’, spreekt ze soms radeloos uit.