
We bouwen nog steeds voor het gezin van vroeger
AlgemeenSon en Breugel - Zo is de mening van Harry van der Kallen uit Son en Breugel. Hij volgt de ontwikkelingen in zijn dorp al jaren met grote belangstelling. Hij houdt zich bezig met maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken en mengt zich regelmatig in de discussie over wonen, leefbaarheid en de toekomst van Son en Breugel. Dat doet hij onder andere als medeoprichter van Stichting Woningzoekenden Son en Breugel (SWSB). Volgens hem sluit het huidige woningbouwbeleid onvoldoende aan op de veranderende samenstelling van de bevolking. Daarom stelt hij de vraag: "Waarom bouwen we nog steeds voor de verkeerde doelgroep?"
Redactie: Adrie Neervoort
Son en Breugel staat de komende jaren voor een flinke woningbouwopgave. Toch kijkt Harry van der Kallen kritisch naar de huidige plannen. "Als je naar de cijfers kijkt, zie je dat bijna 40 procent van de huishoudens in Son en Breugel uit alleenstaanden bestaat. Daarnaast groeit het aantal één- en tweepersoonshuishoudens nog steeds.
Dan is het vreemd dat we op locaties zoals de Breugelse Beek, Breeakker en andere nieuwbouwprojecten opnieuw veel eengezinswoningen met een tuin plannen. We bouwen niet voor de inwoners van vandaag, maar voor een beeld van het traditionele gezin dat steeds minder voorkomt", zo legt hij uit.
Verschillende oorzaken
Volgens hem heeft het verschillende oorzaken waarom dat deze keuzes nog steeds zo worden gemaakt. ”Allereerst spelen financiële belangen een grote rol. Projectontwikkelaars verdienen simpelweg meer aan grotere koopwoningen dan aan appartementen of sociale huurwoningen.
Bij projecten waar de grond in handen is van de gemeente, zoals de Breugelse Beek, kan de gemeente daar overigens wel degelijk meer invloed op uitoefenen", zo legt hij uit. "Daarnaast is er de weerstand tegen verdichting. Veel inwoners willen het dorpse karakter behouden. Zodra er appartementen worden voorgesteld, ontstaan er zorgen over drukte, parkeren of schaduw. Dat maakt het voor bestuurders makkelijker om opnieuw voor grondgebonden woningen te kiezen. En dan is er nog het oude doorstromingsdenken. Het idee was altijd dat senioren zouden verhuizen naar een nieuwe woning, waardoor hun oude gezinswoning vrijkomt voor jonge gezinnen. Maar dat gebeurt nauwelijks. Veel ouderen blijven zitten omdat er geen passend, kleiner alternatief beschikbaar is."
Meer mogelijkheden dan gedacht
Volgens Van der Kallen zijn er echter wel mogelijkheden: "De gemeente heeft meer mogelijkheden dan vaak wordt gedacht. Ik zou beginnen met een doelgroepenquotum. Bij elk nieuwbouwproject van meer dan tien woningen zou minimaal veertig procent bestemd moeten zijn voor één- en tweepersoonshuishoudens.” Volgens hem kan dat gewoon worden vastgelegd in het woonbeleid.
"Daarnaast zie ik kansen in herstructurering. Op sommige locaties met verouderde woningen uit de jaren zeventig en tachtig kun je twee oude woningen vervangen door bijvoorbeeld drie compacte appartementen. Zo benut je de bestaande ruimte veel efficiënter. Ook zouden we veel meer ruimte moeten bieden aan kleine, levensloopbestendige woningen en tiny houses op geschikte inbreidingslocaties. Denk aan braakliggende terreinen, ongebruikte groenstroken, het terrein van het Vestzaktheater of delen van parkeerplaatsen. Met een huisvestingsverordening kun je bovendien regelen dat inwoners uit Son en Breugel voorrang krijgen", aldus Van der Kallen.
Braakliggende terreinen, ongebruikte groenstroken, het terrein van het Vestzaktheater of parkeerplaatsen
Oude denkpatronen
Volgens Van der Kallen moet het snel anders: “We bouwen op dit moment niet voor de mensen die de grootste behoefte aan een woning hebben. Dat is niet het gevolg van slechte bedoelingen, maar van oude denkpatronen, economische belangen en de angst voor verandering."
Volgens hem is de oplossing dan ook helemaal niet ingewikkeld: "Als we de woningnood onder alleenstaanden, starters en senioren echt willen aanpakken, moeten we andere keuzes durven maken. Niet langer bouwen voor het ideaalbeeld van het gezin met twee kinderen, maar voor de buurvrouw die alleen woont, de starter die geen vier slaapkamers nodig heeft en de oudere die graag kleiner wil wonen zonder het dorp te verlaten."
Daarom moet de woningbouw in Son en Breugel snel veranderen en beter aansluiten bij de werkelijkheid van vandaag. "De demografische ontwikkelingen zijn duidelijk. Nu is het aan de lokale politiek om daar ook naar te handelen", aldus Van der Kallen.







