
Ans
Algemeen‘Hè gezellig, mam.’
‘Zeker Femke, alhoewel ik niet zo goed weet wat we nu bij de Intratuin doen. De tuin is winterklaar, het is nog niet echt de tijd van vogeltjes bijvoeren, de bollen hoeven de grond nog niet in en sinds je die pannenkoekenplant hebt gekregen, staan je vensterbanken ook vol.’
‘Nou mam, het hoeft toch niet altijd nuttig te zijn. Kijk ons hier nou gezellig zitten. Thuis zet je geen cappuccino voor mij.’
‘Nee, al die nieuwigheid. Niks mis met een ouwerwets bakkie filterkoffie.’
‘Klopt, maar jij pakt hier toch ook lekker speciale koffie. Met appeltaart!’
‘Hm, die komt gewoon uit de diepvries, hoor. Niks vers gebakken aan.’
‘Jawel mam, ooit was die vers gebakken.’
‘Ik vind dat versgebakken appeltaart nog warm en knapperig hoort te zijn. Niet koud en waterig.’
‘Dan bak jij volgende week lekker zelf appeltaart. Zal Freek vast op prijs stellen!’
‘Och ja, Frekie komt weer even thuis. Wat heerlijk voor je meidje!’
‘Ja, hè. Ik verheug me er ook echt op. Dus dacht ik, even wat shoppen om zijn huis weer gezellig te maken.’
‘Ach Femke, die ziet echt niet dat jij een nieuw plantje hebt gekocht, hoor.’
‘Misschien, maar ik wil ook een nieuw lampje op dat kastje. En wat kussentjes op de bank. Een kandelaartje, gewoon gezellig.’
‘Wat is er mis met die kussens die er nu op de bank liggen.’
‘Mam! Die kleuren … dat kan echt niet meer. Kijk dan, die beige vaas daar. Dat zou supermooi staan op zijn eettafel.’
‘Vreselijk onhandig als je de tafel moet dekken.’
‘Hè mam, denk toch niet altijd zo praktisch.’
‘Tja, als jíj daar je geld aan wilt uitgeven. Koop lekker die beige vaas. En een beige kussen. En dan ook zeker nog een beige lamp.’
‘Ja! Je zult zien dat het er dan helemaal van opfleurt.’
‘Opfleuren van beige? Femke, ik vind het zonde van je geld. En in het voorjaar is dan zeker rood de modekleur en dan gaat die beige vaas naar de vlooienmarkt. En trouwens, Frekie is ruim een week hier, hij heeft alleen oog voor jou. Hij ziet al dat beige niet eens. En dan nog wat, de volgende keer dat ie weer naar Nederland komt, staat de kerstboom er.’
‘Oh, goeie mam! Daar is de kerstafdeling!’
‘Huh? Het is net oktober! Nou ja, dan kan ik meteen even kijken voor een nieuwe kerstgroep. Vorig jaar zijn er twee herdertjes en een koning gesneuveld.’
‘Kijk nou, mam, dat kerstdorp. Helemaal in Eftelingstijl! Hoe gaaf is dat.’
‘Waar wil je dat neerzetten?’
‘Op dat kastje. Ja, niet alles, maar dat schaatsbaantje is toch wel echt leuk. En kijk dan daar, dat draaimolentje met die paardjes. Dat wil ik ook, mam.’
‘Maar … je wilde toch een lamp op dat kastje.’
‘Ja, voor nu. Maar met kerst kan er dan dit staan. En dan doe ik de kerstboom ook in het Efteling-thema. Kijk dan, Langnek!’
‘Femke, je bent hartstikke gek. Méér dan honderd euro voor een beeldje!’
‘Ja, oke, da’s misschien een beetje overdreven, maar kijk dan die elfjes van de Droomvlucht. Da’s toch gaaf in de kerstboom.’
‘Je kunt beter engeltjes in de kerstboom hangen, Femke. Dat hoort ten minste bij Kerstmis.
Waar staan hier de kerststalletjes nou?’
‘Die hebben ze niet mam.’
‘Geen kerststalletjes? Een halve Intratuin vol kerstkitsch en geen kerststalletjes? Dáár vind ik wat van Femke!’







