Afbeelding
Foto: Wil Feijen

Column Luc: Even geduld, a.u.b.

Column Column Column Column Lucky Luc

Son en Breugel - Op zaterdagmiddag naar de supermarkt gaan is geen goed idee, ook al hoef je alleen maar statiegeld flessen in te leveren. Samen met mijn lief waagden we het erop, een krat met flesjes en potjes voor de glascontainer, een krat gevuld met statiegeldflessen. Even had ik de hoop dat mijn schat zich op zou offeren om de supermarkt in te gaan, hoewel ik dondersgoed weet dat ze die het liefst mijdt.

Mijn hoop werd al snel de bodem ingeslagen. ‘Ga jij even de legen flessen inleveren? Neem je een potje mayonaise mee?’ vroeg mijn schat. ‘Natuurlijk!’ zei ik opgewekt, opgewekter dan ik me voelde. Normaal gesproken ga ik met plezier boodschappen doen, diezelfde ochtend nog. Heerlijk leeg was de supermarkt, op mijn gemak kon ik alles bij elkaar zoeken, op de pot mayonaise na. Vanaf een uur of tien, elf wordt het drukker, alsof iedereen dan wakker wordt. Ineens moet je je een weg banen door een zee van winkelwagentjes, daar zit ik niet op te wachten.

Met lood in de schoenen begaf ik me naar binnen. De zee aan winkelwagentjes viel nog mee, wellicht lag het hoogtepunt al achter ons. Iets optimistischer gestemd begaf ik me naar het inleverpunt voor de statiegeldflessen. Je zou verwachten dat er hordes mensen staan te wachten, popelend om hun lege flessen één voor één in de opening te deponeren, om als ze klaar zijn het bonnetje dankbaar in ontvangst te nemen. Meestal is dat niet het geval. Deze dag dus wel.

Voor me stond een man met twee kratten met lege bierflesjes te wachten, het ongeduld was op zijn gezicht af te lezen. Voor hem was een dame bezig om haar flessen in te leveren, hetgeen enige moeite kostte. De ene na de andere fles kwam tevoorschijn uit de ene na de andere tas. Ondertussen moest ze blijkbaar nog vragen hoe het moest, of moest ze iets anders weten, waardoor het nóg langer duurde. Eindelijk was ze klaar, hetgeen de man voor me deed verzuchten: ‘Als ik dat geweten had, had ik de kratten thuisgelaten’. ‘Je moet ze toch een keer kwijt’, antwoordde ik.

Snel leverde ik mijn flessen in, griste een pot mayo van de plank, en snelde naar de kassa. Weg hier, naar buiten! Het gekke is, ik vind het niet erg om te wachten. Geduld is immers een schone zaak. Soms is het ook mij te machtig, soms wil ook ik snel, snel.

Soms zeg het leven: even geduld, a.u.b.