
Herinneringen aan de oorlogsjaren: een jongensblik op de bezetting
Remember SeptemberSon en Breugel - Op 10 mei 1940 viel het Duitse leger Nederland binnen, wat leidde tot een bezetting van vijf jaar. Voor velen is dit een verre geschiedenis, maar voor mensen zoals Martien Leenders, die toen zeven jaar oud was, voelt het minder lang geleden. De eerste jaren verliepen relatief rustig, maar naarmate de oorlog vorderde, werden de omstandigheden in Nederland steeds grimmiger. De Nazi-wetten beperkten de vrijheden drastisch, en volgens Martien besef je pas hoe breekbaar onze huidige werkelijkheid is als je ouder wordt.
Redactie: Adrie Neervoort
Martien Leenders is 87 jaar en woont in Son en Breugel maar groeide op in Mariahout, waar zijn familie onderduikers verborg. Onderduikers, verboden handelingen zoals het achterhouden van voedsel, en andere gevaarlijke activiteiten werden geheimgehouden, zelfs voor de buren. De Duitsers hadden in elk dorp controleurs aangesteld om ervoor te zorgen dat iedereen zich aan de regels hield, maar gelukkig zagen ze niet alles. In sommige dorpen voerden controleurs vaak een schrikbewind.
Levensmiddelen waren schaars, en het verzet speelde een cruciale rol in het voorzien van mensen die onderduikers in huis hadden van extra bonnen. Dit was gevaarlijk werk, want zelfs voor lichte vergrijpen werden mensen naar strafkampen gestuurd. De onderduikers die bij de familie Leenders verbleven, Aart Groeneweg en Nico van Bekkum, kwamen uit Rotterdam. Hun verblijf heeft bij Martien blijvende herinneringen nagelaten aan die donkere dagen.
Martien schreef later zijn herinneringen op, niet alleen om terug te kijken op wat er is gebeurd, maar ook om te beseffen hoe kostbaar onze huidige vrijheid is. Hij waarschuwt om waakzaam te blijven en nooit te vergeten hoe snel dingen kunnen veranderen.
De dreiging van de bommenwerpers
Martien: “Tijdens de oorlog waren de nachten vaak gevuld met angst. Als bommenwerpers overvlogen, was het altijd beangstigend.” Hij herinnert zich dat zijn vader hen midden in de nacht wakker maakte om naar een schuilkelder te gaan. Brabant werd zwaar getroffen, met meer dan 1000 neergestorte vliegtuigen, waarvan acht in de gemeente Erp. Eén voorval staat nog in het geheugen van Martien gegrift: “Mijn oom kwam op visite en droeg een horloge van een omgekomen piloot. Dit leidde tot een woede-uitbarsting van mijn vader. Achteraf was dit voor mij een voorbeeld van onder welke spanningen de mensen in oorlogstijd leefden.”
Het verzet en de gevaren
Ook in Mariahout nam het verzet enorme risico’s. De buurman van de familie Leenders, Has Corsten, verborg piloten in een slimme schuilplaats op zijn boerderij. “Het risico om hen te verbergen was groot, maar nog groter was het risico om hen terug naar Engeland te helpen. Piloten werden in de nacht, één voor één, op de fiets naar een onderduikplek gebracht. Zij reden met tussenstops naar Horst-America naar de familie Poels; zij speelden een belangrijke rol in het verzet in de regio. De verzetsgroepen in die regio wisten maar liefst 300 piloten, 60 gevluchte Fransen, en 30 Joden te redden. Maar de prijs was hoog: elf mensen, onder wie de pastoor en vader Poels, verloren hun leven door hun verzet”, aldus Martien.
Market Garden
Op 17 september 1944 begon Operatie Market Garden. Martien herinnert zich die dag levendig: “Ik was met mijn broers zilverpapier, dat door de geallieerden uit vliegtuigen werd gegooid om de radar van het afweergeschut van de Duitsers te misleiden, aan het zoeken toen de lucht plotseling gevuld werd met vliegtuigen.” Dat was het begin van een massale operatie om de Duitse bezetting te beëindigen. De gevechten in de regio waren hevig, vooral langs ‘Hell’s Highway’, en daarom werd het militair verkeer omgeleid via Mariahout en kwam veel van dit verkeer langs de boerderij van Martien: “Britse soldaten sliepen in onze stal, en ik herinner mij nog steeds de smaak van cornedbeef die ze ons gaven. De verliezen waren groot, en de tol die Hell’s Highway eiste, was hoog.”
Na de oorlog
Na de bevrijding was het gevaar nog niet geweken. Zo vertelt Martien over een voorval waarbij zijn moeder Amerikaanse soldaten informeerde over twee Duitse deserteurs die rustten in hun heg. De soldaten werden later opgepakt, wat mogelijk een gevaarlijke situatie had kunnen zijn: “Mijn moeder moest bevallen te midden van de chaos. Zij beviel van een gezonde dochter in het ziekenhuis in Helmond. Toen mijn vader terug naar huis fietste vanuit het ziekenhuis was ook de brug over het kanaal inmiddels veroverd door de Engelsen. Bij de brug werd hij aangesproken door de militairen. Zij vroegen waar hij vandaan kwam. Hij vertelde over de geboorte van zijn dochter. En toen ze naar de naam van het meisje vroegen, schreef mijn vader haar naam in het zand, ‘Joke’, waarop de Engelsen in lachen uitbarstten omdat zij dachten aan een grap van de Hollander.”
“Na afloop van de oorlog werden gevaarlijke wapens en munitie vaak door kinderen gevonden, wat leidde tot tragische ongelukken”, aldus Martien. Wat hem ook is bijgebleven is de moed van gewone mensen die hun leven riskeerden voor de bevrijding. Uiteindelijk emigreerden veel bewoners, zoals hun buurman, naar landen zoals Canada, maar hun daden tijdens de oorlog zijn een blijvend eerbetoon aan de offers die voor de vrijheid werden gebracht.



