
Beeldend kunstenaars en dichters laten creativiteit zien
Kunst & CultuurAfgelopen zondag organiseerde Ars Longa samen met veertien beeldend kunstenaars de 16e openluchtexpositie op het Raadhuisplein en lazen op het Dommelbalkon verschillende dichters van poëzievereniging DichtBij uit Son voor uit eigen werk. Vanwege de warmte was het dit jaar wellicht iets minder druk, maar degenen die waren gekomen konden genieten van mooie beelden en schitterende dichtkunst.
Redacteur: Jürgen Feuerriegel
Het publiek dat over het Raadhuisplein slenterde kon beeldend kunstwerk van verschillende materialen en stijlen bewonderen, zoals steen, hout, brons en keramiek, van abstracte vormen tot heel concrete sculpturen van het menselijk lichaam.
Flor du Puy, voormalig onderwijzer, werkt uitsluitend met keramiek en maakt naast portretten van bekenden ook fraai ogende schalen met motieven van bijvoorbeeld fietsers. En niet alles is per definitie serieus bedoeld, hij houdt ook van humor en boetseert graag grappige koppen.
Anne-Miek Simons, voormalig kinderfysiotherapeut en na haar pensionering begonnen met beeldhouwen, laat trots een bijzonder mooi sculptuur genaamd ‘Meandering of life’ zien. Zij steunt een project voor gehandicapte kinderen in Zimbabwe en kwam daar in contact met een Afrikaanse kunstenaar bij wie zij enkele workshops volgde. De opbrengsten uit de verkoop van haar beelden en die van haar leraar zijn bedoeld voor de kinderen in het project. Een andere exposant is Benno Weynen, een oudere man die jarenlang in Indonesië gewoond heeft en nu indrukwekkende torso’s uit wit marmer tentoonstelt.
De bezoekers die langs het Dommelhuis verder lopen naar het Vroonhovenpark worden verwelkomd op het Dommelbalkon, vaak een tochtige plek maar nu een prachtige locatie met een verfrissende bries vanaf de Dommel. Midden in de Dommel achter het Dommelbalkon is eenmalig nog een kunstwerk van Hans Werner geplaatst, een onverwachte blikvanger.
Op het Dommelbalkon staan vijftien woordkunstenaars op het podium wier voordrachten van eigen gedichten en verhalen muzikaal worden omlijst door Bjorn van Hak, Eva Wiselius en Silvijn Kramer. Opmerkelijk is het verschil in leeftijd van de poëten; de jongste is 12 jaar en de oudste 86. Kees de Kock droeg het volgende gedicht van Arend Okken voor, hetgeen wel erg van toepassing was, bijna één jaar na de opening van ons gemeenschapshuis.
(S)ONS DOMMELHUIS
In ’t godshuis zat ik meestentijds lamzalig wat te dommelen
mafte ik niet, dan vrat ik me ongans aan pepermunt
waarna ik me ‘bekeerde’, indien je dat zo zeggen kunt
door me ‘gereformeerd’ de tempel uit te laten rommelen.
Ik kwam in Son en Breugel; een teer en heikel punt
bleek jarenlang de Petrus’ Bandenkerk: ’t verfrommelen
van plannen, schetsen, schaalmodellen en het blijven trommelen
op die verdomde drum ’ik heb gelijk’; ’t is eeuwig sund!
Na twintig jaar kon men, godlof, beginnen met verbouwen,
eerst nog ’t verhuizen van die vervloekte vledermuis,
nu kunnen we, ontkerkelijkt, voldaan het resultaat aanschouwen:
een parel voor ons dorp; een kruistocht waard; het was er nooit zó pluis:
’t is open, licht, welzalig seculier; met ongewijd vertrouwen
roepe een ieder hier, met veel plezier: LEVE (S)ONS DOMMELHUIS.










