
Freek
Algemeen
‘Fem, wij moeten even praten.’
‘Moet dat nu Freek … ik ben bijna klaar met het onkruid.’
‘Ja Fem, nu. Want het zit me nú hoog.’
‘Oh, maar als het over een half uur niet meer hoog zit, dan kan ik het onkruid toch wel effe …’
‘Fem, ik ben echt serieus hoor.’
‘Oei, dat klinkt ernstig. Wat is er aan de hand?’
‘Ik ga weg Fem.’
‘Weg? Hoezo? Omdat ik die parfum van Moederdag te duur vond? Kom op Freek, dat meen je toch hoop ik niet! Je maakt een grapje, toch? Freek, tis toch een grapje, hè!’
‘Nee, Fem, het is geen grapje. En het komt natuurlijk niet door die parfum.’
‘Maar wat is er dan Freek. Waar ga je naartoe dan? Ik snap er niks van.’
‘De jongste is toegelaten op die particuliere school in Engeland. Hij gaat daar zijn diploma halen. Maar hij is pas 17, dus helemaal alleen daar naartoe willen we niet.’
‘Nee, oke, maar dan gaat er toch een vriend mee.’
‘Nee Fem. Ik ga mee. Mijn ex heeft een appartementje gevonden waar we kunnen wonen. Hij gaat daar naar school terwijl ik een oogje in het zeil hou.’
‘Maar Freek, laat je je dan weer onderhouden door …’
‘Laat me nou eens uitpraten Fem, tis al moeilijk genoeg. Ik kan dan eindelijk zelf ook een opleiding gaan doen, gewoon met LOI. Daar heb ik voor gespaard.’
‘Oh, da’s wel heel goed. Maar wat ga je studeren dan?’
‘Ik dacht eerst aan journalistiek. Maar da’s al jaren niet meer objectief. Dus nou ga ik commerciële economie doen.’
‘En ik dan? Kan ik met je mee?’
‘Jij blijft gewoon hier Fem. Les geven, doen waar je goed in bent. We kunnen bellen en appen en ik kom heus nog wel naar Son hoor. Het is maar een paar jaar, hooguit.’
‘Ja maar, Freek …’
‘Wat hangt hier voor grafstemming?
‘Freek gaat weg mam.’
‘Weg? Waarom? Toch niet om die ruzie over die veel te dure parfum! En waar ga je dan naar toe, Frekie?’
‘Naar Engeland, Ans.’
‘Huh? Wat ga je daar doen dan? Op vakantie?’
‘Nee Ans, ik ga daar wonen. Samen met de jongste, die gaat er zijn school afmaken. Das echt een gouden kans voor hem.’
‘Ja, maar dan kan ie toch op kostschool! Dat doen die van de Koning ook.’
‘Dat willen zijn moeder en ik niet, dus verhuis ik met hem mee.’
‘En je oudste dan? Die laat je dan alleen achter!’
‘Nee Ans, hij geniet van het studentenleven. Zijn moeder blijft gewoon in Wassenaar. En ik hoop dat jullie de deur voor hem openhouden.’
‘Ja, tuurlijk is ie altijd welkom. Maar hoe moet dat met je werk? En je stukkies in DeMooiSonenBreugelKrant?
‘Ik heb mijn baan al opgezegd. Volgende week is mijn laatste ronde. En deze week schrijf ik mijn laatste column.’
‘Maak je het niet eens af tot de zomerstop? En je kunt vanuit Engeland toch ook stukkies aanleveren!’
‘Nee Ans. Hoe kan ik nou nog kritisch schrijven over carnaval en woningbouw als ik hier niet meer woon. Ik heb het drie jaar met veel plezier gedaan. En dit is mijn 150e. Lijkt me een mooi moment om te stoppen.’







