
Thuis heb ik nog een ansichtkaart…
AlgemeenDat zong Wim Sonneveld in Het Dorp, het onvergetelijke lied over weemoed en verlangen naar hoe het ooit was. Maar wie stuurt er tegenwoordig nog een ansichtkaart? Een appje of wat vakantiefoto’s op Facebook, daar blijft het meestal bij. Alleen die oude tante vindt het nog leuk om een kaartje te krijgen. Vroeger plakten we alle kaarten aan elkaar en hing de sliert aan de kastdeur in de gang, gewoon omdat het leuk was om naar te kijken óf om te laten zien hoeveel mensen tijdens hun vakantie aan ons dachten en de moeite namen een kaartje te sturen. Zelf kochten we vaak al op de eerste vakantiedag een stapel kaarten, zodat ze tenminste vóór ons thuis zouden aankomen. Anders hadden we ze net zo goed zelf mee kunnen nemen.
Redactie: Marc van Beek
Even snel een berichtje sturen
De postkaart was de voorloper van de ansichtkaart: een goedkope en eenvoudige manier om een kort bericht te versturen. Eigenlijk kun je de postkaart zien als de voorloper van het WhatsApp-bericht. Aan de ene kant schreef je het adres, aan de andere kant een korte boodschap. De eerste postkaart werd in 1869 in Oostenrijk verstuurd.
De populariteit van de ansichtkaart hing nauw samen met de opkomst van het massatoerisme
Met de opkomst van de fotografie werd het al snel mogelijk om afbeeldingen op kaarten af te drukken. De ‘ansicht’ was geboren, het Duitse woord voor ‘weergave’. Rond 1893 verschenen ansichtkaarten op grote schaal tijdens de Wereldtentoonstelling in Chicago. De echte doorbraak kwam in 1902, toen de Britse posterijen toestonden dat berichten op de helft van de adreszijde werden geschreven. Daardoor kwam de achterkant vrij voor een afbeelding.
De populariteit van de ansichtkaart hing nauw samen met de opkomst van het massatoerisme. Reizigers wilden beelden delen van de plaatsen en monumenten die zij bezochten.
Te laat bezorgd
Dat sommige kaarten er lang over deden, blijkt uit het verhaal van miss Lydia Davies. Haar kaart werd op 3 augustus 1903 in Fishguard, Wales op de post gedaan. Op de postzegel stond koning Edward VII. Pas op 16 augustus 2024 werd de kaart bezorgd, 121 jaar later.
Afzender Ewart schreef aan zijn geliefde: “Het spijt me heel erg, maar ik hoop dat je het thuis naar je zin hebt.” Verder meldde hij dat hij nog ongeveer tien shilling zakgeld had, exclusief de treinkosten “dus het gaat me wel goed”. Hij sloot af met de groeten aan Gilbert, John en de rest van de familie.
Waarschijnlijk is de kaart ooit zoekgeraakt op een postkantoor en pas bij een verhuizing teruggevonden. Op het oorspronkelijke adres was inmiddels een hypotheekbank gevestigd. Men probeerde nog nazaten van Lydia en Ewart te achterhalen. Voor zover bekend is geen enkele andere kaart ooit langer onderweg geweest dan deze. In Nederland staat het record op 42 jaar.
Eerder een plek van weemoed en verlangen naar het dorp dat er niet meer was
Groeten uit Son en Breugel
Ansichtkaarten zijn allesbehalve neutraal. Ze tonen een geïdealiseerd beeld van landschappen en steden. Storende elementen zoals industrie, vervuiling en moderne gebouwen blijven buiten beeld, terwijl zonnige luchten en rustige straatjes juist worden benadrukt. Vaak ontbreken ook mensen, zodat het landschap vooral aantrekkelijk en idyllisch oogt.
Als we zo kijken naar twee kaarten uit Son en Breugel dan is dat bij de zwart-witkaart uit begin jaren vijftig van de vorige eeuw nog wel gelukt. Daar oogt het dorp nog sfeervol en uitnodigend. Op de latere kaart in kleur uit midden jaren zestig is daar weinig van over. Het is een kale bedoening geworden in Son en Breugel. Het centrum van het dorp is gesloopt om het verkeer ruim baan te geven. Niet echt een plek waar je naartoe zou willen. Eerder een plek van weemoed en verlangen naar het dorp dat er niet meer was.
P.S. De redactie van DeMooiSonenBreugelKrant vindt het wél leuk om nog eens een kaartje te ontvangen deze zomer.







