Noor Veraart achter haar Maquette van het Apollo huis
Noor Veraart achter haar Maquette van het Apollo huis Foto: Wil Feijen

Noor Veraart onderzoekt met architectuur het taboe rond sekswerk

Algemeen

Son en Breugel - Wat kan architectuur betekenen voor mensen die werken in een sector waarop nog altijd een maatschappelijk stigma rust? Met die vraag rondde de uit Son en Breugel afkomstige Noor Veraart afgelopen zomer haar studie Interieur en Architectuur aan Zuyd Hogeschool af. Voor haar afstudeerproject koos ze het historische Apollohuis in Eindhoven. Het resultaat is een bijzonder ontwerp waarin sekswerk, veiligheid, ontmoeting en zintuiglijke beleving samenkomen.

Redactie: Adrie Neervoort

Noor Veraart is geboren en getogen in Son en Breugel. Tijdens haar opleiding raakte ze gefascineerd door de relatie tussen architectuur en menselijk gedrag. “Ik vind het ontzettend interessant wat een ruimte met iemand doet, en andersom”, vertelt ze. “Een omgeving beïnvloedt hoe iemand zich voelt, hoe mensen elkaar ontmoeten en of iemand zich ergens veilig of juist ongemakkelijk voelt.”

Voor haar afstuderen moesten studenten een bestaand gebouw een nieuwe bestemming geven. Noor koos het Apollohuis aan de Tongelresestraat in Eindhoven: “Ik fietste daar altijd langs op weg naar school en vond het toen al een interessant gebouw.”

Van sigaren tot kunstcentrum
Het Apollohuis werd eind negentiende eeuw gebouwd als sigarenfabriek. Later kreeg het verschillende functies, waaronder die van kazerne, fabriek en magazijn.

Uiteindelijk werd het gebruikt door Parfumerie Apollo, waaraan het zijn naam ontleent.

Vanaf eind jaren zeventig raakte het gebouw verbonden met kunstenaar Paul Panhuysen en zijn vrouw Hélène. Tussen 1980 en 2001 groeide het Apollohuis uit tot een internationaal podium voor experimentele muziek en beeldende kunst.

Die geschiedenis sprak Noor aan. Een gebouw dat voortdurend een andere betekenis kreeg, bood mogelijkheden voor een verrassende nieuwe bestemming.

Een onverwacht idee
Tijdens haar zoektocht besprak Noor het project met haar vriend. “Waarom maak je er geen bordeel van?”, stelde hij voor. “In eerste instantie vond ik het een vreemd idee, maar het bleef in mijn hoofd zitten”, zegt Noor.

Ze verdiepte zich in sekswerk en de maatschappelijke opvattingen daarover: “Waarom rust daar nog steeds zo’n groot taboe op? Uiteindelijk gaat het ook om mensen die hun werk doen en daarmee hun geld verdienen. Voor sommigen is het bovendien werk waarvoor ze bewust kiezen.”

Sekswerk is in Nederland onder voorwaarden legaal, maar kent ook ernstige problemen, waaronder uitbuiting, mensenhandel en geweld. Noor wilde die risico’s niet negeren, maar onderzoeken hoe architectuur kan bijdragen aan een omgeving waarin veiligheid, privacy en menselijkheid samengaan.

Kijken en bekeken worden
Het centrale thema van haar ontwerp is voyeurisme: het spanningsveld tussen kijken en bekeken worden. “Binnen sekswerk speelt presentatie vaak een grote rol. Mensen laten iets van zichzelf zien, maar bepalen ook wat verborgen blijft”, legt Noor uit.

Dat samenspel tussen zichtbaar en onzichtbaar vormt de basis van haar concept. Met licht, geluid, doorkijkjes en afgeschermde ruimtes wil ze nieuwsgierigheid en spanning oproepen: “Ik wil zoveel mogelijk zintuigen prikkelen. Het gaat niet alleen om zien, maar ook om horen, voelen en ervaren. Soms zie je een silhouet achter glas, soms hoor je geluiden achter een gordijn. Op andere momenten voel je juist nabijheid.”

Het gebouw wordt daarmee meer dan een plek waar seksuele diensten worden aangeboden. Ook ontmoeting, verleiding en beleving krijgen een belangrijke plaats.

Iedereen kan binnenlopen
Een bijzonder uitgangspunt is dat het gebouw ook een publieke functie krijgt. Bezoekers hoeven er niet uitsluitend voor seksueel contact te komen. “Je kunt er iets drinken, naar een show kijken of gewoon nieuwsgierig rondkijken. Met vrienden, je partner, tijdens een vrijgezellenfeest of alleen”, vertelt Noor.

Op de begane grond ontwierp ze daarom een toegankelijke horecaruimte. Door deze ruimte loopt een subtiele catwalk, die zowel het horecapersoneel als de sekswerkers kunnen gebruiken. Zo kan op een natuurlijke manier contact ontstaan, bijvoorbeeld via een blik, een flirt of een gesprek.

Bijzondere trappen en doorkijkjes
Opvallend is de trapconstructie. Bezoekers gebruiken twee wenteltrappen om zich tussen de verdiepingen te verplaatsen. Daartussen bevindt zich een afzonderlijke trap, uitsluitend voor sekswerkers.

Deze trap is aan beide zijden afgeschermd met matglas. Daardoor zijn alleen contouren en bewegingen zichtbaar. Sekswerkers kunnen zo, wanneer zij dat willen, contact maken zonder volledig zichtbaar te zijn.

Op de derde etage bevindt zich opnieuw een ontmoetingsruimte. Ook hier kunnen bezoekers verblijven zonder gebruik te maken van seksuele diensten, maar de sfeer is intiemer.

Vanaf enkele plekken is een beperkte doorkijk mogelijk naar de tweede etage, waar sekswerkers hun klanten ontvangen. Door de afscherming zijn slechts schaduwen en vage vormen waarneembaar.

Zo ontstaat een geleidelijke overgang van openbare ontmoetingsruimtes naar plekken waar privacy en intimiteit belangrijker worden. De architectuur biedt mogelijkheden voor contact, maar de betrokkenen bepalen zelf of dat verdergaat.

Architectuur als maatschappelijke discussie
Met haar ontwerp wil Noor meer bereiken dan een verrassende herbestemming. Ze stelt ook een maatschappelijke vraag: ontwerpen we gebouwen vanuit bestaande vooroordelen over hun gebruikers, of kan architectuur juist helpen die ter discussie te stellen?

De inrichting bepaalt immers mede wie elkaar ontmoet, wie zichtbaar is en waar iemand zich veilig of welkom voelt.

Het echte Apollohuis krijgt inmiddels een andere toekomst en wordt getransformeerd tot zes stadsvilla’s. Noors ontwerp zal er dus niet worden uitgevoerd, maar dat was ook niet haar belangrijkste doel.

Voor haar bood het gebouw de mogelijkheid om een gevoelig onderwerp vanuit een onverwachte invalshoek te onderzoeken. Niet door een oordeel te geven over sekswerk, maar door aandacht te vragen voor de mensen die er werken en hun omgeving.

Daarmee keert haar afstudeerproject terug naar de vraag die haar tijdens haar opleiding fascineerde: wat doet een ruimte met een mens, en wat kan een mens met een ruimte doen?

Mail ons!
Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel?
Neem dan contact met ons op: redactie@demooisonenbreugelkrant.nl


Deel dit artikel: