
Wie kan het CMD ontrafelen?
PolitiekSon en Breugel - Het rapport van de Rekenkamercommissie over het functioneren van het Centrum Maatschappelijke Dienstverlening (CMD) in Son en Breugel heeft als titel ‘Het CMD ontrafeld’. Maar na het lezen van de reacties op vragen van de gemeenteraadsleden naar aanleiding van het rapport is de vraag meer: Wie ontrafelt het CMD?
Redactie: Adrie Neervoort
Ondanks dat uit het rapport de conclusie kan worden opgemaakt dat in de uitvoering van de CMD-taken de medewerkers van CMD-partners gemotiveerd, betrokken en kundig zijn, duurt het ondanks deze positieve instelling lang voor een inwoner terecht kan bij het CMD; de wachtlijsten zijn lang, niet voor een intake-gesprek, maar wel voor het gewenste vervolgtraject.
De Rekenkamercommissie zei daar eerder al over: “De eerste stap met de intake gaat vaak goed, daarna wordt het lastig en begint de wachtlijstproblematiek.” Maar er zijn ook problemen met de telefonische bereikbaarheid, volgens het rapport. Ook is er geen duidelijk beeld van hoe het nu zit met diverse subsidies van verschillende partners; deze informatie werd ook niet gegeven na een dringend verzoek daarom.
Onduidelijk was tijdens het onderzoek van de Rekenkamercommissie ook welke medewerkers precies bij de gemeente in dienst zijn, en hoeveel medewerkers in dienst zijn van de netwerkpartners waarmee in het CMD wordt samengewerkt. Volgens het college is er inmiddels wel een volledig en helder overzicht. Het rapport geeft een beeld van een rommelige organisatie waar het college geen controle over heeft.
Er zijn nog steeds veel verbeterpunten die eerder al in beeld kwamen bij onderzoek enkele jaren eerder, en die nu dus nog steeds niet zijn opgelost, ondanks een extra investering van 1 miljoen euro daarvoor. De gemeenteraad vraagt zich dan ook af wat er met dat geld is gedaan. Ook blijken de financiële afwikkelingen binnen het CMD zo complex te zijn dat niemand een compleet overzicht hierover heeft.
Ondanks het beeld dat van het CMD in het rapport wordt geschetst is het college van mening dat de kwaliteit van de uitvoering en het ‘commitment‘ van de medewerkers op orde is, maar men vindt de conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamercommissie herkenbaar.







